JCO - zomerprogramma judo (2026)
1 Snelle planning
Groep 1 = jeugd en volwassenen samen.
Groep 2 = enkel volwassenen.
Bij technieken met een IJF-pagina is de afkorting aanklikbaar. Deze technieknotatie en basisprincipes haalde ik van https://judo.ijf.org/classification. Deze video’s zijn ter inspiratie, en niet noodzakelijk hoe het verwacht wordt op een examen bij JC Oudenaarde of Judo Vlaanderen.
dinsdag 30 juni 2026
-
MKG — Makura-kesa-gatame
KAG — Kata-gatame
vrijdag 3 juli 2026
-
UGR — Ude-garami
houdgreep naar armcontrole
dinsdag 7 juli 2026
vrijdag 10 juli 2026
dinsdag 14 juli 2026
-
UKG — Ushiro-kesa-gatame
ingang: uke op rug, tori aan de knieën (ING)
vrijdag 17 juli 2026
-
MKG — Makura-kesa-gatame
KAG — Kata-gatame
dinsdag 21 juli 2026
-
kanteltechnieken: uke op vier punten (KAN)
verdediging: tori op rug, uke recht tussen de benen (VER)
vrijdag 24 juli 2026
-
inkomtechniek: uke op rug, tori aan de voeten (ING)
schakelen van houdgreep naar houdgreep
dinsdag 28 juli 2026
-
bevrijding uit houdgreep
controle opnieuw opbouwen
vrijdag 31 juli 2026
-
overname van worp naar houdgreep
sankaku-voorbereiding vanuit controle
dinsdag 4 augustus 2026
-
combinatielijn: gekende heupworp + gekende beenworp
-
grondwerk: kantel via hoofdzijde of achterzijde
arm isoleren vanuit controle -
HTA — Harai-tsurikomi-ashi
Nage no Kata - 2e groep Koshi-waza: Uki-goshi, Harai-goshi, Tsuri-komi-goshi
vrijdag 7 augustus 2026
-
verplaatsing links / rechts op gekende ashi-waza
-
kantel of inkomtechniek volgens examengraad
houdgreep stabiliseren -
Nage no Kata - 3e groep Ashi-waza: Okuri-ashi-harai, Sasae-tsurikomi-ashi, Uchi-mata
dinsdag 11 augustus 2026
-
keuzeworp geel / oranje / groen
-
controle stabiliseren en veilig lossen
houdgreep naar houdgreep -
Nage no Kata - 1e groep Te-waza: Uki-otoshi, Ippon-seoi-nage, Kata-guruma
vrijdag 14 augustus 2026
-
technische randori: keuzetechniek per judoka
-
technische randori ne-waza vanuit afgesproken startpositie
-
eigen examengraad: één shime-waza met toepassing
dinsdag 18 augustus 2026
-
zwakke kant / andere zijde op gekende worp
-
bevrijding of schakeling volgens examengraad
-
eigen examengraad: één kansetsu-waza met toepassing
vrijdag 21 augustus 2026
-
zomercarrousel: keuzetechniek per judoka
-
keuzehoudgreep + kantel of inkomtechniek
-
volwassenen: 1 shime-waza + 1 kansetsu-waza naar keuze
2 Geheugensteun: wat moeten de kleintjes kennen?
Compacte geheugensteun voor de jeugdexamenstof tot en met groene gordel. De kleuren volgen de gordel: geel, oranje en groen. Bij technieken met een IJF-pagina is de afkorting aanklikbaar.
Geel
Oranje
Groen
3 Doel en afbakening
Dit zomerprogramma ordent de examenstof van Judoclub Oudenaarde in een reeks dinsdag- en vrijdagtrainingen vanaf dinsdag 30 juni 2026 tot en met vrijdag 21 augustus 2026. Daarna start opnieuw het reguliere seizoen.
Elke training heeft:
- een gezamenlijk blok van 19:00 tot 20:00 voor jeugd en volwassenen;
- een extra blok van 20:00 tot 20:30 voor volwassenen;
- minstens een nage-waza en een ne-waza;
- een logische volgorde: eerst veilig vallen en bewegen, dan een werpprincipe, dan controle op de grond, daarna schakelen.
Voor de jeugd is de afbakening: examenstof tot en met groene gordel. Voor volwassenen is de afbakening: 5e kyu tot en met 1e kyu.
Wurgingen en armklemmen zitten in het volwassenenblok, niet als verplicht jeugdblok.
4 Suggestie voor lesstructuur
De lesgever bepaalt in functie van het aanwezige publiek in hoeverre van het voorgestelde programma wordt afgeweken. Onderstaande structuur is dus een praktische leidraad, geen keurslijf.
5 Volledig techniek-register
Op https://judo.ijf.org/classification vind je –volgens mij– een consistent overzicht van de essentie van 102 judo-technieken.
SON – Seoi-nage (schouderworp) is een handworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar voren of schuin rechts verstoort, vervolgens links draait en hem via je gebogen rechterarm onder zijn oksel op je rug laadt om hem over je rechterschouder te werpen.
ISN – Ippon-seoi-nage (éénarmige schouderworp) is een handworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar voren verstoort, dan links indraait terwijl je zijn rechtermouw aan de binnenkant vastgrijpt, je rechterarm onder zijn borst door tot onder zijn oksel brengt om zijn schouder of bovenmouw te pakken, hem op je rug trekt en over je rechterschouder werpt.
SOO – Seoi-otoshi (vallende schouderworp) is een handworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar voren of schuin rechts verstoort, hem op je rug laadt en vervolgens op één of beide knieën naar de mat zakt om hem over je schouder naar voren omlaag te werpen — een toegepaste variant van seoi-nage.
TOS – Tai-otoshi (lichaamsvalworp) is een handworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar schuin rechts voor verstoort, je lichaam opent en indraait zodat je met je rechtervoet voor zijn rechtervoet stapt, en hem vervolgens met beide handen naar voren trekt en over je gestrekte been werpt.
KGU – Kata-guruma (schouderrad) is een handworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar voren of schuin rechts voor verstoort, hem op je schouders tilt over de achterkant van je nek en hem vervolgens naar beneden werpt.
SUK – Sukui-nage (schepworp) is een handworp waarbij je vanaf de zijkant van je tegenstander met beide armen rond zijn dijen grijpt (of één arm tussen zijn benen door laat glijden om rond zijn zitvlak te haken), zijn evenwicht recht naar achter verstoort, hem optilt en achterwaarts werpt.
OOS – Obi-otoshi (riemvalworp) is een handworp waarbij je met je rechterhand de voorkant van de gordel van je tegenstander vastgrijpt en hem naar je toe trekt, terwijl je je tegelijk achter zijn rechterflank verplaatst en met je linkerarm over zijn voorzijde reikt om zijn linkerbovenbeen van achteren op te tillen en hem te werpen.
UOT – Uki-otoshi (zweefvalworp) is een handworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar schuin rechts voor verstoort, en hem vervolgens krachtig met beide handen omlaag trekt om hem cirkelvormig te werpen.
SOT – Sumi-otoshi (hoekvalworp) is een handworp waarbij je buiten de rechtervoet van je tegenstander stapt en met een combinatie van je lichaamsverplaatsing en beide handen zijn evenwicht naar rechts achter verstoort, om hem vervolgens in die richting te werpen.
YAS – Yama-arashi (bergrukwindworp) is een handworp waarbij je met beide handen de rechterrevers en rechtermouw van je tegenstander vastgrijpt, hem naar voren trekt om zijn evenwicht naar schuin rechts voor te verstoren, en vervolgens met de achterkant van je rechterbeen zijn benen in opwaartse beweging wegveegt.
OTG – Obi-tori-gaeshi (riemgrijp-worp) is een informele variant van de offerworp die bekendstaat als hikikomi-gaeshi.
MGA – Morote-gari (tweehandige maaiworp) is een handworp waarbij je tussen de benen van je tegenstander stapt, je armen net boven zijn knieën om zijn benen slaat en tegelijk je schouder in zijn borst plaatst, terwijl je zijn benen naar je toe maait om hem recht achterover te werpen.
KTA – Kuchiki-taoshi (éénhandige neerkraakworp) is een handworp waarbij je snel het rechterbeen van je tegenstander vastgrijpt — met je rechterhand aan de binnenkant of met je linkerhand aan de buitenkant — het been optilt en hem tegelijk achterwaarts duwt om hem neer te werpen.
KIG – Kibisu-gaeshi (hielhaakworp) is een handworp waarbij je met je linkervoet buiten de rechtervoet van je tegenstander stapt, je heupen laag brengt en vervolgens snel zijn rechterhiel van achteren wegveegt met je rechter- of linkerhand.
UMS – Uchi-mata-sukashi (ontwijking van binnenwaartse dijbeenworp) is een handworp waarbij je, op het moment dat je tegenstander een uchi-mata inzet, langs zijn maaiende been glijdt en met een draaiende beweging van beide handen zijn eigen vaart versterkt, zodat je hem direct uit balans brengt en voorover werpt.
KOU – Ko-uchi-gaeshi (tegenworp op kleine binnenwaartse maaiworp) is een handworp waarbij je, wanneer je tegenstander een ko-uchi-gari op je rechterbeen inzet, dat been wegtrekt om de maai te ontwijken en vervolgens je lichaam krachtig naar links draait om hem direct te werpen.
UGO – Uki-goshi (zwevende heupworp) is een heupworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar voren of schuin rechts voor verstoort, vervolgens ondiep indraait met je rechterheup en je rechterarm om zijn middel slaat, en hem met een draai naar links over en rond je heup werpt — zonder je heup op te tillen of voorover te buigen.
OGO – O-goshi (grote heupworp) is een heupworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar voren of schuin rechts voor verstoort, diep indraait met je rechterheup om hem op te tillen, en hem vervolgens met een draai over je heup werpt.
KOG – Koshi-guruma (heuprad) is een heupworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar voren of schuin rechts voor verstoort, je rechterheup stevig tegen zijn lichaam plaatst en, terwijl je zijn kraag blijft vasthouden, hem omhoog trekt en met een grote beweging over je heup werpt.
TKG – Tsurikomi-goshi (hef-trek heupworp) is een heupworp waarbij je met je grip op de kraag en mouw van je tegenstander zijn evenwicht naar voren of schuin rechts voor verstoort, vervolgens je heupen laat zakken tot op dijhoogte, en ze daarna weer omhoog brengt terwijl je met beide handen trekt om hem over je heup te werpen.
STG – Sode-tsurikomi-goshi (mouw hef-trek heupworp) is een heupworp en een variant van tsurikomi-goshi, waarbij je in plaats van de revers met je rechterhand de buitenkant of manchet van de linkermouw van je tegenstander vasthoudt.
HRG – Harai-goshi (heupveeg) is een heupworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar voren of schuin rechts voor verstoort, indraait en hem naar je heupen toe trekt, om vervolgens met de achterkant van je rechterdij zijn rechterdij weg te vegen.
TGO – Tsuri-goshi (heuphef-worp) is een heupworp waarbij je met je rechterhand over de rechterschouder of onder de arm van je tegenstander reikt om de zijkant of achterkant van zijn gordel vast te grijpen, hem naar voren of schuin rechts voor uit balans brengt, op je heupen tilt en over je heup werpt.
HNG – Hane-goshi (heupstuitworp) is een heupworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar voren of schuin rechts voor verstoort, hem dicht tegen je rechterzijde trekt en hem werpt met een gecombineerde opwaartse stuiterende beweging van je rechterheup en rechterbeen.
UTS – Utsuri-goshi (heupwisselworp) is een heupworp en tegenaanval tegen een ingezette harai-goshi of andere heupworp, waarbij je door je knieën buigt om de aanval te blokkeren, je heupen verplaatst, zijn middel met je arm omsluit, hem op je heup tilt en hem vervolgens werpt door je lichaam in te draaien.
USH – Ushiro-goshi (achterwaartse heupworp) is een heupworp en tegenaanval tegen een ingezette harai-goshi of andere heupworp, waarbij je uitwijkt en jezelf positioneert achter je tegenstander om met beide armen zijn middel te omklemmen, hem vanuit die positie omhoog zwaait en achterover op zijn rug werpt.
DAB – De-ashi-harai (voorwaartse voetveeg) is een beenworp waarbij je, op het moment dat je tegenstander een stap voor- of achteruit zet en op het punt staat zijn gewicht op die voet te plaatsen, die voet wegveegt met je eigen voet — van achteren, opzij of van voren.
HIZ – Hiza-guruma (kniewielworp) is een beenworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar schuin rechts voor verstoort, de zool van je linkervoet op zijn rechterknie plaatst en die als draaipunt gebruikt om hem met een trekkende beweging van zijn bovenlichaam te werpen.
STA – Sasae-tsurikomi-ashi (blokkeer-hef-trekworp met voet) is een beenworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar schuin rechts voor verstoort, zijn steunende rechterbeen blokkeert door de zool van je voet net boven zijn enkel te plaatsen als draaipunt, en hem vervolgens achterover leunend en naar links draaiend over dat punt werpt.
OSG – O-soto-gari (grote buitenwaartse maaiworp) is een beenworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar achteren of schuin rechts achter verstoort zodat zijn gewicht op zijn rechterhiel komt, en vervolgens zijn rechterbeen wegmaait met je rechterbeen.
OUG – O-uchi-gari (grote binnenwaartse maaiworp) is een beenworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar schuin links achter verstoort, waardoor zijn stand opent en zijn gewicht grotendeels op zijn linkerhiel komt, waarna je diep instapt met je rechterbeen en zijn linkerbeen van binnenuit wegmaait in een grote beweging naar rechts om hem achterover te werpen.
KSG – Ko-soto-gari (kleine buitenwaartse maaiworp) is een beenworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar achteren of schuin rechts achter verstoort, en vervolgens zijn rechterenkel van achteren wegveegt met de zool van je linkervoet om hem achterwaarts te werpen.
KUG – Ko-uchi-gari (kleine binnenwaartse maaiworp) is een beenworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar achteren of schuin rechts achter verstoort, en vervolgens zijn rechterenkel van binnenuit wegveegt met de zool van je rechtervoet om hem achterwaarts te werpen.
OAB – Okuri-ashi-harai (meebewegende voetveeg) is een beenworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar rechts verstoort en, op het moment dat hij zijn rechtervoet naar links beweegt om die kant op te stappen, je met je linkervoet in dezelfde richting meeveegt en met je hele been beide benen wegveegt om hem op zijn rug te werpen.
UMA – Uchi-mata (binnenwaartse dijbeenmaaiworp) is een beenworp waarbij je na het iets openen van de voeten van je tegenstander en het verstoren van zijn evenwicht naar voren of schuin rechts voor, waardoor hij voorover buigt, zijn linkerbinnenzijde van het dijbeen diep maait met de achterkant van je rechterdij terwijl je naar links draait.
KSK – Ko-soto-gake (kleine buitenwaartse haakworp) is een beenworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar achteren of schuin rechts achter verstoort, zijn rechterenkel van achteren met je linkervoet haakt en hem achterover werpt.
AGU – Ashi-guruma (beenwielworp) is een beenworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar voren of schuin rechts voor verstoort, naar links draait en het achterste, onderste deel van je rechterbeen over zijn rechterknie strekt om hem in een grote cirkel over je been te werpen.
HTA – Harai-tsurikomi-ashi (hef-trek voetveeg) is een beenworp waarbij je je tegenstander naar voren trekt en tilt om zijn evenwicht naar schuin links voor te verstoren, en vervolgens zijn linker enkel met je rechtervoet van voren wegveegt om hem te werpen.
OGU – O-guruma (grote wielworp) is een beenworp waarbij je zodra je tegenstander met zijn rechtervoet naar voren stapt zijn beweging leidt om zijn evenwicht naar schuin rechts voor te verstoren, terwijl je naar links draait en je rechterbeen gestrekt over zijn onderbuik of bovenbenen strekt; vervolgens til je hem op door je rechterbeen omhoog en naar achter te zwaaien terwijl je met beide handen draait en naar beneden trekt om hem over je been te werpen.
OGR – O-soto-guruma (grote buitenwaartse wielworp) is een beenworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar achteren of naar zijn achterhoek verstoort, naar links draait en je rechterbeen diagonaal over de achterkant van zijn knie strekt, waarbij je je rechterdij als draaipunt gebruikt om hem te werpen.
OSO – O-soto-otoshi (grote buitenwaartse valworp) is een beenworp die sterk lijkt op o-soto-gari, maar in plaats van het been van je tegenstander te maaien, til je je rechterbeen hoog op en brengt het van buiten, achter en boven zijn rechterbeen naar beneden, zodat het tegen zijn dij drukt als een steun die zijn evenwicht breekt en hem doet vallen.
TSU – Tsubame-gaeshi (zwaluwtegenworp) is een beenworp waarbij je, zodra je tegenstander een rechter de-ashi-harai (voorwaartse voetveeg) inzet, je gewicht verplaatst naar je linkerbeen, je rechtervoet terugtrekt door je knie te buigen, en hem vervolgens werpt met een linker de-ashi-harai.
OGA – O-soto-gaeshi (grote buitenwaartse maaiworp tegenworp) is een beenworp waarbij je, zodra je tegenstander een rechter o-soto-gari of een vergelijkbare techniek inzet, de situatie omkeert en hem vóórdat hij jouw evenwicht kan verstoren, met je eigen rechter o-soto-gari werpt.
OUE – O-uchi-gaeshi (grote binnenwaartse maaiworp tegenworp) is een beenworp waarbij je, zodra je tegenstander een rechter o-uchi-gari inzet en de techniek nog niet volledig heeft toegepast, je linkervoet gebruikt om zijn haakbeen rechts onder hem vandaan weg te vegen en hem op zijn rug te werpen.
HGG – Hane-goshi-gaeshi (heupstuit-tegenworp) is een beenworp waarbij je, zodra je tegenstander een rechter hane-goshi inzet en de techniek nog niet volledig heeft uitgevoerd, hem óf optilt en zijn been naar links wegmaait met je rechterbeen, óf je linkervoet om zijn linkeronderbeen haakt, dat naar rechts wegmaait en hem op zijn rug werpt.
HGE – Harai-goshi-gaeshi (heupveeg-tegenworp) is een beenworp waarbij je, wanneer je tegenstander aanvalt met een rechter harai-goshi, je linkervoet van achteren om zijn linkeronderbeen haakt en dat wegmaait om hem te werpen.
UMG – Uchi-mata-gaeshi (binnenwaartse dijbeenmaaiworp-tegenworp) is een beenworp waarbij je, zodra je tegenstander een uchi-mata inzet, hem met beide handen dicht naar je toe trekt, je linkervoet om zijn linkerbeen haakt en dat naar rechts wegmaait.
TNG – Tomoe-nage (cirkelworp) is een offerworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar voren of naar zijn voorhoek verstoort, achterover valt terwijl je je rechtervoet op zijn onderbuik plaatst, hem omhoog duwt en over je hoofd naar voren werpt.
SUG – Sumi-gaeshi (hoekworp) is een offerworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar voren of schuin rechts voor verstoort, achterover valt en daarbij met de wreef van je rechtervoet onder en achter zijn linkerknie of dij grijpt om hem omhoog te tillen en over je hoofd te werpen.
HKG – Hikikomi-gaeshi (neerhaal-offerworp) is een offerworp waarbij je, zodra je tegenstander voorover buigt, met één hand over zijn schouder reikt om de achterkant van zijn gordel vast te grijpen, vervolgens op je rug valt en hem over je heen trekt terwijl je een been tussen zijn benen omhoog zwaait om hem eerst naar voren of, met een draai van je lichaam, naar één van de zijden te werpen.
TWG – Tawara-gaeshi (“rijstzakworp”) is een offerworp waarbij je het bovenlichaam van je tegenstander diep naar voren laat leunen, jezelf over hem heen buigt zodat je hoofd en rug met je voorzijde bedekt zijn en je beide armen om zijn romp slaat, om hem vervolgens omhoog te tillen terwijl je achterover valt en hem zo over je hoofd naar achter werpt.
UNA – Ura-nage (achterwaartse worp) is een offerworp waarbij je met beide armen vanaf zijn rechterzijde om de taille van je tegenstander slaat, hem dicht naar je toe trekt, hem optilt en achterover valt om hem over je linker schouder te werpen.
YOT – Yoko-otoshi (zijwaartse valworp) is een offerworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar zijn rechterzijde verstoort, je linkervoet langs de buitenkant van zijn rechtervoet schuift en op je linkerzij valt om hem naar links te werpen.
TNO – Tani-otoshi (dalval) is een offerworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar achteren of schuin rechts achter verstoort, je linkervoet langs de buitenkant van zijn rechtervoet of achter beide voeten schuift, en op je linkerzij valt om hem naar zijn rechter achterhoek te werpen.
HNM – Hane-makikomi (stuiterwikkelworp) is een offerworp waarbij je, na het inzetten van een hane-goshi, je rechterhand loslaat en aan de buitenkant plaatst terwijl je naar links draait, zo het lichaam van je tegenstander om je heen wikkelt, en hem meeneemt terwijl je voorover op de mat valt.
SMK – Soto-makikomi (buitenste wikkelworp) is een offerworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar schuin rechts voor verstoort, je rechtergreep loslaat en naar links draait om je rechterarm om zijn rechterarm te slaan, die je in je oksel klemt, waardoor zijn lichaam zich om het jouwe wikkelt, en vanuit die positie de beweging voortzet om hem naar voren te werpen.
UMK – Uchi-makikomi (binnenste wikkelworp) is een offerworp waarbij je vanuit de positie van een ippon-seoi-nage, in plaats van je tegenstander over je schouder te werpen, je heupen in een grote beweging buiten de worprichting duwt, zijn rechterarm in de kromming van je elleboog omsluit en hem werpt door jezelf op te offeren.
UWA – Uki-waza (zweefworp) is een offerworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar schuin rechts voor verstoort, je lichaam wijd opent en je linkervoet uitstrekt om de buitenkant van zijn rechtervoet te blokkeren, waarna je direct op je linkerzij valt om hem over je heen te werpen.
YWA – Yoko-wakare (zijwaartse scheiding) is een offerworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar voren of schuin rechts voor verstoort, vervolgens achterover of op je linkerzij valt terwijl je beide benen voor hem uitstekt om hem over je uitgestrekte lichaam te werpen.
YGU – Yoko-guruma (zijwielworp) is een offerworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar voren of schuin rechts voor verstoort, vervolgens zijwaarts draait en je lichaam gebruikt als draaipunt om hem over je zij te werpen.
YGA – Yoko-gake (zijwaartse lichaamsval) is een offerworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar schuin rechts voor verstoort, in de richting van zijn kleine vinger, het evenwicht breekt naar zijn rechterzijde en zijn rechtervoet van voren met de zool van je linkervoet wegveegt, terwijl je samen met hem op je linkerzij valt.
DWK – Daki-wakare (achterwaartse rompomwenteling) is een offerworp waarbij je, zodra je tegenstander probeert in een knielende gezicht-naar-benem houding te komen, met beide armen van achteren om zijn romp slaat, hem omhoog tilt en opzij valt om hem over je heen te werpen.
OSM – O-soto-makikomi (grote buitenste wikkelworp) is een offerworp waarbij je, na het inzetten van een o-soto-gari, je rechterhand van de revers van je tegenstander loslaat, naar links draait en je arm over zijn rechterarm brengt om zijn lichaam om het jouwe te wikkelen, waarna je de beweging voortzet om hem te werpen.
UMM – Uchi-mata-makikomi (binnenste dijbeenwikkelworp) is een offerworp waarbij je vanuit een uchi-mata je rechtergreep loslaat en naar links draait, je rechterarm naar buiten brengt zodat het lichaam van je tegenstander zich om je heen wikkelt, waarna je de draai voortzet en samen valt om hem te werpen.
HRM – Harai-makikomi (heupveegwikkelworp) is een offerworp waarbij je het evenwicht van je tegenstander naar voren of schuin rechts voor verstoort, vanuit een harai-goshi je rechtergreep loslaat en naar links draait, zijn rechterarm in je oksel omsluit zodat zijn lichaam zich om het jouwe wikkelt, en vervolgens voorover valt om hem mee te nemen en te werpen.
KUM – Ko-uchi-makikomi (kleine binnenste wikkelworp) is een offerworp waarbij je met je rechterbeen diep tussen de benen van je tegenstander stapt om zijn rechterbeen te vangen, terwijl je dat been met je rechterarm van buitenom omsluit; vervolgens val je met een draai voorover om hem achterover te werpen. Deze worp lijkt op ko-uchi-gari, maar in plaats van maaien wordt het diagonaal been gehaakt en gewikkeld, wat resulteert in een offerworp.
KWA – Kawazu-gake (“Kawazu” val; enkelben-verstrikking) is een offerworp (verboden techniek) waarbij je je rechterarm stevig om de nek van je tegenstander slaat, je rechterbeen gebruikt om het onderste deel van zijn linkerbeen van binnenuit te verstrikken door je wreef tegen de achterkant van zijn enkel te drukken, waarna je het been haakt en jezelf achterover werpt.
KEG – Kesa-gatame (sjaalhoofdhoudgreep) is een houdgreep waarbij je vanaf de rechterzijde van je tegenstander, met je gezicht naar zijn hoofd, met je linkerhand zijn judogi onder zijn rechteroksel vastgrijpt en je rechterarm achter zijn nek slaat om zijn judogi achter de schouder vast te pakken.
KKE – Kuzure-kesa-gatame (gewijzigde sjaalhoofdhoudgreep) is een houdgreep en een van verschillende variaties op kesa-gatame, uitgevoerd vanaf de zijkant met het gezicht naar het hoofd van je tegenstander, waarbij je onder andere je knie onder zijn oksel plaatst.
UKG – Ushiro-kesa-gatame (omgekeerde sjaalhoofdhoudgreep) is een houdgreep die lijkt op kesa-gatame, maar dan uitgevoerd met het gezicht naar de benen van je tegenstander in plaats van naar zijn hoofd.
MKG – Makura-kesa-gatame (hoofdkussen-sjaalhoofdhoudgreep) is een houdgreep die lijkt op kesa-gatame, maar dan…
KAG – Kata-gatame (schouderhoudgreep) is een houdgreep waarbij je vanaf de rechterzijde van je tegenstander je rechterarm om zowel zijn nek als zijn rechterarm slaat en je handen stevig samenklapt.
KSE – Kami-shiho-gatame (bovenste vierhoekhoudgreep) is een houdgreep waarbij je met je knie boven het hoofd van je tegenstander zit, met beide handen onder zijn schouders reikt om de zijkanten van zijn gordel vast te pakken en je lichaam op hem neerdrukt.
KKS – Kuzure-kami-shiho-gatame (gewijzigde bovenste vierhoekhoudgreep) is een variatie op kami-shiho-gatame waarbij je één hand over de arm van je tegenstander plaatst (in plaats van eronder) en de achterkant van zijn kraag vastgrijpt, terwijl je met je linkerarm om de achterkant van zijn nek en schouder slaat om zijn gordel te grijpen.
YSG – Yoko-shiho-gatame (zijwaartse vierhoekhoudgreep) is een houdgreep waarbij je vanaf de rechterzijde van je tegenstander onder een rechte hoek over hem heen leunt en hem met je lichaam op zijn rug houdt. Met je linkerarm pak je zijn gordel onder zijn linker schouder vast, je rechterarm steek je tussen zijn benen om zijn broek vast te pakken, en met je borst druk je hem met je lichaamsgewicht vast, verankerd op zijn vier hoeken.
TSG – Tate-shiho-gatame (rechte vierhoekhoudgreep) is een houdgreep waarbij je op de borst van je tegenstander gaat zitten, naar voren buigt en zijn bovenlichaam met je borst naar beneden drukt.
UGT – Uki-gatame (zweefhoudgreep) is een houdgreep waarbij je, als je rugliggende tegenstander probeert je juji-gatame (kruishoudgreep) te voorkomen door zijn armen te sluiten, je been dat het dichtst bij zijn hoofd is weghaalt en achter je buigt, beide benen gebruikt alsof je kesa-gatame toepast, en je bovenlichaam optilt om de tegenstander aan te kijken. Of je plaatst je linkervoet over zijn nek en onder zijn arm terwijl je zijn rechterarm vasthoudt.
URG – Ura-gatame (achterwaartse houdgreep) is een houdgreep waarbij je met je rug naar je vooroverliggende tegenstander gaat liggen, zodat je naar het plafond kijkt, je rechterarm om zijn nek slaat, je linkerarm om één of beide benen legt en hem met je rug naar beneden drukt.
NJJ – Nami-juji-jime (normale kruisgreep wurging) is een wurging waarbij je je tegenstander recht tegenover je hebt, zijn kraag vasthoudt met gekruiste handen, duimen aan de binnenkant van de kraag zodat je handpalmen naar beneden wijzen, en hem wurgt door met de buitenranden van beide handen druk op beide zijden van zijn nek uit te oefenen.
GJJ – Gyaku-juji-jime (omgekeerde kruisgreepwurging) is een wurging waarbij je je tegenstander recht tegenover je hebt, de vingers van je gekruiste handen in de revers van zijn judogi aan beide zijden schuift met de handpalmen omhoog, en hem wurgt door druk uit te oefenen op beide zijden van zijn nek.
KJJ – Kata-juji-jime (halve kruisgreepwurging) is een wurging waarbij je je tegenstander recht tegenover je hebt, je armen kruist om zijn linkerrevers met je linkerhand vast te grijpen (vingers aan de binnenkant) en zijn rechterrevers met je rechterhand (duim aan de binnenkant), en hem vervolgens wurgt met deze greep.
HAD – Hadaka-jime (naakte wurging) is een wurging waarbij je achter je tegenstander staat, je rechteronderarm plat over de voorkant van zijn nek legt met de handpalm naar beneden, je handen boven zijn linkerschouder sluit, en hem wurgt door met beide armen tegelijk druk uit te oefenen op de voorkant van zijn keel zonder zijn judogi vast te grijpen.
OEJ – Okuri-eri-jime (schuivende kraagwurging) is een wurging waarbij je achter je tegenstander staat, met je linkerhand onder zijn linkeroksel door zijn linkerrevers vasthoudt en met je rechterhand om zijn nek reikt om zijn bovenste linkerrevers vast te pakken, vervolgens je linkerhand verplaatst om zijn rechterrevers vast te grijpen en met beide handen druk op zijn nek uitoefent om hem te wurgen.
KHJ – Kataha-jime (enkelvleugel-wurging) is een wurging waarbij je achter je tegenstander staat, je rechterarm om zijn nek slaat om zijn linkerrevers vast te grijpen, en je linkerhand onder zijn linkeroksel en achter zijn nek schuift, waarbij de achterkant van je linkerhand tegen de achterkant van zijn nek rust, waarna je hem wurgt door met je rechterhand te trekken en met je linkerhand te duwen.
KTJ – Katate-jime (éénhandige wurging) is een wurging waarbij je vanaf de rechterzijde van je tegenstander hem op zijn rug houdt, zijn linkerrevers met je linkerhand vasthoudt (duim aan de binnenkant), en met de rand van je onderarm druk op zijn keel uitoefent om hem te wurgen.
RYJ – Ryote-jime (tweehandige wurging) is een wurging waarbij je je tegenstander recht tegenover je hebt, zijn rechterrevers met je linkerhand en zijn linkerrevers met je rechterhand vastgrijpt (duimen aan de binnenkant), en hem wurgt door met de zijkanten van beide vuisten druk uit te oefenen op beide zijden van zijn nek.
SGJ – Sode-guruma-jime (mouwwiel-wurging) is een wurging waarbij je je tegenstander recht tegenover je hebt, je rechteronderarm tegen zijn keel en je linkeronderarm tegen de achterkant van zijn nek plaatst, met je linkerhand je eigen rechtermouw vasthoudt en de rand van je rechterhand in de rechterzijde van zijn nek drukt, en hem wurgt door beide armen te draaien om druk op zijn nek uit te oefenen.
TKJ – Tsukkomi-jime (stootwurging) is een wurging waarbij je je tegenstander recht tegenover je hebt, zijn linkerrevers met je rechterhand vasthoudt en met de rand van je rechterhand tegen de rechterzijde van zijn nek drukt om hem te wurgen.
SAJ – Sankaku-jime (driehoekswurging) is een wurging waarbij je je tegenstander recht tegenover je hebt, je rechterbeen over zijn linker schouder slaat en je linkerbeen onder zijn rechteroksel plaatst, je rechtervoet vangt onder de achterkant van je eigen linkerknie in een driehoekige beenformatie, en vanuit die positie zijn nek dichtknijpt om hem te wurgen.
DOJ– Do-jime (rompschaar; rompwurging) is een techniek waarbij je de romp van je tegenstander tussen je benen dichtknijpt als een schaar. Deze techniek is verboden in zowel shiai als randori.
UGR – Ude-garami (verstrengelde armklem) is een klem waarbij je vanuit verschillende posities met beide armen één arm van je tegenstander omsluit en deze naar buiten of binnen draait om zijn elleboog te controleren.
JGT – Ude-hishigi-juji-gatame (kruisklem) is een klem waarbij je vanaf de rechterzijde van je tegenstander zijn rechterpols met beide handen vasthoudt, zijn rechterbovenarm tussen je dijen klemt en zijn elleboog strekt in de richting van zijn kleine vinger om het gewricht te controleren.
UGA – Ude-hishigi-ude-gatame (armklem) is een klem waarbij je de linkerpols van je tegenstander tussen je schouder en nek plaatst, duim naar beneden, en met beide handen van bovenaf druk uitoefent om zijn elleboog tegen het gewricht te controleren.
HIG – Ude-hishigi-hiza-gatame (knieklem) is een klem waarbij je met je linkerhand de linkeroksel van je tegenstander vastzet en tegelijkertijd met je knie tegen zijn elleboog drukt om het gewricht te controleren.
WAK – Ude-hishigi-waki-gatame (okselklem) is een klem waarbij je vanaf de rechterzijde van je tegenstander met beide handen zijn rechterpols vastgrijpt, zijn arm onder je oksel klemt en deze controleert door druk uit te oefenen op zijn ellebooggewricht.
HGA – Ude-hishigi-hara-gatame (buikklem) is een klem waarbij je vanaf de rechterzijde van je tegenstander zijn rechterpols met je rechterhand vastgrijpt en je buik tegen zijn elleboog drukt om die te strekken en het gewricht te controleren.
AGA – Ude-hishigi-ashi-gatame (beenarmklem) is een klem waarbij je vanaf de linkerkant van je vooroverliggende tegenstander je lichaam over hem plaatst en je linkerbeen om zijn linker onderarm haakt om zijn ellebooggewricht te strekken en te controleren.
TGT – Ude-hishigi-te-gatame (handarmklem) is een klem waarbij je vanaf de rechterzijde van je tegenstander met je linkerhand onder zijn rechteroksel door zijn linker voorste revers vastgrijpt en tegelijk met je rechterhand zijn rechterpols vasthoudt om zijn elleboog te strekken en te controleren. Als alternatief kun je met één of beide handen de pols van je tegenstander grijpen en deze achter hem draaien om zijn ellebooggewricht te controleren.
SGT – Ude-hishigi-sankaku-gatame (driehoekige armklem) is een klem waarbij je vanuit de voor-, achter- of zijkant van je tegenstander je rechterbeen over zijn schouder en nek slaat, je linkerbeen onder zijn rechteroksel plaatst en één voet onder het andere been haakt in een driehoekige formatie, terwijl je met één of beide handen zijn elleboog strekt en controleert.
AGR – Ashi-garami (beenverstrikking) is een klem waarbij je, na een mislukte rechter tomoe-nage of vergelijkbare worp, je linkerbeen van buiten en onder zijn rechterbeen slaat om druk uit te oefenen op zijn kniegewricht. Deze techniek is verboden in shiai.
6 Praktische lesnotities
- Hou het gezamenlijke uur toegankelijk: jeugd werkt op examenstof tot en met groene gordel; volwassenen kunnen in hetzelfde oefenkader een moeilijkere variant of vervolgactie trainen.
- Wurgingen en armklemmen worden alleen in het volwassenenblok geoefend.
- Laat elke techniek minstens één keer links of rechts bewust benoemen. Bij voorkeur: eerst sterke kant, daarna zwakke kant in uchi-komi.
- Leg bij elke nage-waza dezelfde drieslag:
kuzushi->tsukuri->kake. - Leg bij elke ne-waza dezelfde drieslag: positie winnen -> controle stabiliseren -> veilig lossen of schakelen.
- Voor examengerichte lessen: liever twee technieken goed dan vijf technieken half.
7 Bronnen
- Judo Vlaanderen: dé referentie voor Ne-waza is voor mij nog steeds: https://www.judovlaanderen.be/training/katame-waza-eric-veulemans-dvd-2017/, maar is door Judo Vlaanderen offline gehaald.
- Jeugd: examenstof tot en met groene gordel uit de beschikbare PDF’s op de website van JC Oudenaarde
- Volwassenen: examenstof 5e kyu tot en met 1e kyu uit beschikbare PDF’s op de website van JC Oudenaarde
- Technieknotatie en basisprincipes: https://judo.ijf.org/classification (belangrijke opmerking voor de lesgever: deze video’s zijn ter inspiratie, en niet noodzakelijk hoe het verwacht wordt op een examen).